Het geheim van de dubbele rij molens:
Wie over de fietspaden van Kinderdijk trekt, ziet een ansichtkaart die wereldberoemd is: twee rijen molens die tegenover elkaar over het water uitkijken. Maar wie beter kijkt, ziet dat het landschap allesbehalve symmetrisch is; aan de ene kant staan de molens strak in lijn, terwijl ze aan de overkant juist opvallend verspringen. Achter deze idyllische waterweg schuilt een eeuwenoud verhaal van gezonde rivaliteit, het slim verdelen van de wind en een strikte scheiding.
“Mensen denken vaak dat het altijd één groot samenwerkingsverband is geweest, maar het zijn van oorsprong twee volledig eigen werelden met een heel eigen karakter,” vertelt Jan-Willem, Manager Erfgoed en Beheer bij Kinderdijk. Als molenaar kent Jan-Willem het gebied als zijn broekzak. Waar bezoekers vooral genieten van het uitzicht, ziet hij de historische grens die al sinds de veertiende eeuw dwars door het water loopt. Een grens tussen twee waterschappen die elk hun eigen koers vaarden in de strijd tegen het stijgende rivierwater.
Winddieven en slingerende kades op de dijk
De reden dat de molens in twee rijen staan, is puur praktisch: de ondergrond. Om een loodzware molen te bouwen in de slappe veengrond, is een stabiele dijk nodig en een stevige fundering op negentien meter lange houten palen. De bestaande kades rondom de waterbergingen (de boezems) waren er al, en werden speciaal voor de komst van de molens opgehoogd. Maar de twee rijen zijn allesbehalve spiegelbeelden van elkaar.
Aan de oostelijke kant staat de Overwaard (gebouwd in 1740) in een kaarsrechte lijn, ruim uit elkaar. Aan de westkant vind je de Nederwaard (gebouwd in 1738), waar de molens veel dichter op elkaar staan en juist bewust verspringen. “Dat is destijds heel strategisch gedaan,” legt Jan-Willem uit. “De kade slingert daar meer om te voorkomen dat de molens elkaars wind zouden afvangen, lieten ze de boel bewust verspringen.”
Toch zitten de twee rijen elkaar vandaag de dag nog steeds weleens in de weg als de wind net zo staat dat de ene rij de wind voor de andere wegneemt. Jan-Willem hoort dat regelmatig als hij bij de molens op bezoek is: “Als de molens aan het draaien zijn en de molen aan de overkant stopt ineens, dan merkt de molenaar dat direct: de eigen molen vangt dan meteen een flinke klap meer wind!” Vroeger golden er dan ook strenge regels: in de wijde omtrek mocht geen boom geplant of huis gebouwd worden om de kostbare windvang te beschermen.
De adellijke Overwaard versus de ‘basic’ Nederwaard
Dat er twee rijen molens staan, komt omdat er twee compleet verschillende polderwateren samenkwamen. Omdat samenwerken destijds geen optie was, bouwden beide waterschappen een eigen kade met een eigen rij van acht molens. Tussen de kanalen lag de Middelkade, en over wie die moest onderhouden is eeuwenlang flink geruzied. Er zat altijd een gezonde competitie tussen beide waterschappen. De Overwaard was wat meer elitair en het bestuur bestond uit adellijke heren. Dat lieten ze ook zien in de versiering van hun gebouwen, zoals het Waardhuis. De Nederwaard was iets meer no-nonsens.
Die onderlinge strijd leverde technisch hoogstandjes op dat je nu nog steeds ziet. De ‘basics’ van de Nederwaard bouwden trotse, ronde stenen molens. Twee jaar later koos de adellijke Overwaard juist voor achtkantige, rietgedekte molens. “Smaak was geen afweging, er werd puur technisch gedacht,” lacht Jan-Willem. “Stenen molens zijn loodzwaar. Een optie is dat de Overwaard na twee jaar zag dat de stenen molens van de buren begonnen te verzakken in de slappe grond. Ze kozen dus eieren voor hun geld en gingen snel voor iets lichtere houten molens.” Wel namen ze de buren nog even de maat met de afwerking: op de ‘baard’—het bord onder de wieken, lieten de edellieden trots hun rijkgeschilderde familiewapens glimmen, terwijl de Nederwaard het er een stuk soberder hield.
Keiharde regels en een onzichtbare grens
Achter de schermen was het leven voor de molenaars op de twee kades geen vetpot; de besturen regeerden met ijzeren vuist. “De regels waren werkelijk bikkelhard,” vertelt Jan-Willem. “Werd je beschuldigd van dronkenschap of was het verplichte brandblusvat bij je molen leeg? Dan werd er gestemd en lag je er direct uit. Dat betekende dat je je huis kwijt was en met je hele gezin op straat stond.” Vanaf de twintigste eeuw kregen de molenaars gelukkig steeds iets meer fatsoenlijke rechten, een CAO en een pensioen.
Inmiddels is het zware werk overgenomen door moderne gemalen en vormen de twee zijden sinds 1995 officieel één waterschap. Toch is de historische splitsing nooit helemaal verdwenen. Het watersysteem wordt tegenwoordig digitaal aangestuurd vanuit Tiel, maar alles is nog altijd dubbel uitgevoerd; er staan zelfs twee moderne gemalen pal naast elkaar. En die oude verbondenheid? Jan-Willem sluit lachend af: “Als je bent geboren aan de Nederwaard-kant, dan stap je nu nog steeds écht niet zomaar over naar de Overwaard. Die gezonde rivaliteit zit na driehonderd jaar nog altijd in het bloed.”
Geschreven door

