Hoe dit Werelderfgoed
zijn vorm kreeg
750 jaar innovatief werelderfgoed
Ontstaan
Het ontstaan van de Alblasserwaard begint in een tijd waarin dit gebied en de omliggende regio nog een uitgestrekt veenmoeras vormen, ingeklemd tussen grote rivieren. Op de hogere zand- en kleiruggen, de zogeheten donken, vestigen zich de eerste boeren. Hier begint hun strijd tegen het water.
Om dit natte en ondoordringbare landschap leefbaar en vruchtbaar te maken, graven zij eerst individuele sloten voor de afwatering. Later bundelen zij hun krachten: ze leggen dijken aan, ontginnen de veengronden en voeren het water af via een netwerk van sloten. Zo is de Alblasserwaard ontstaan zoals we die nu kennen.
Omdijkt gebied
Graaf Floris V zorgde ervoor dat de complete ringdijk rond de Alblasserwaard voortaan gezamenlijk werd onderhouden en versterkt. Deze belangrijke beslissing in Zuid-Holland heeft de basis gelegd voor effectief waterbeheer in de regio en droeg bij aan de bescherming van het land tegen overstromingen. Dit samenwerkingsverband is een van de vroege voorbeelden van de Nederlandse traditie om het water te beheersen die vandaag nog steeds zichtbaar is in Kinderdijk en omgeving.
De eeuwige strijd met het water
Een 17 kilometer lang ontwateringskanaal, bekend als ‘Het Grote of Achterwaterschap’, werd gegraven richting Kinderdijk. Dit kanaal speelde een cruciale rol in het droogleggen en beheren van het water in de regio. Hieruit ontstond Waterschap de Overwaard.
De Nederwaard
Het ontwateringskanaal ‘Het Nieuwe Waterschap’ wordt naar Kinderdijk gegraven. Ook dit kanaal speelde een cruciale rol in het droogleggen en beheren van het water binnen de regio. Hieruit ontstond ‘Waterschap de Nederwaard’.
De eerste molens
De eerste watermolens in de Alblasserwaard werden rond 1450 gebouwd. Deze watermolens speelden een cruciale rol in het droogmalen van het land en het beheersen van het water in dit laaggelegen gebied. Hiermee begon een belangrijke fase in het Nederlandse waterbeheer die tot op de dag van vandaag zichtbaar is in het landschap.
Tijdelijke opslag van water
De bergboezems werden aangelegd bij Kinderdijk in Zuid-Holland. Deze waterbergingen dienden als tijdelijke opslag van overtollig water wanneer het lozen via de sluizen niet mogelijk was door te hoge rivierstanden. Dit slimme systeem versterkte het waterbeheer en beschermde de regio tegen overstromingen.
Blokkerse Wip
De Blokweerse Molen, ook wel de Blokkerse Wip genoemd, is de oudste molen van Kinderdijk. Op deze plek stond al eeuwenlang een molen, zoals te zien is op de proceskaart van 1542, maar de huidige molen stamt uit 1630. Tot 1957 bemaalde de molen samen met een hulpgemaal de polder Blokweer, daarna nam een elektrisch gemaal deze taak over. Na brandstichting in 1997 onderging de molen een grondige restauratie, waarbij geprobeerd is nog zoveel mogelijk historisch materiaal te bewaren dat niet was verbrand. Tegenwoordig draait en maalt de molen regelmatig en is hij open voor bezoekers.
Zestien boezemmolens
Door het inklinken van het land en het stijgen van het water in de rivier de Lek was extra hulp nodig om het land droog te houden. Tussen 1738 en 1740 werden 16 boezemmolens gebouwd om dit water weg te pompen. Ook de Polder Nieuw-Lekkerland bouwde een eigen boezemmolen in 1740, de Hoge Molen. Deze polder had daarnaast nog twee watermolens. Eén daarvan, de Lage Molen, werd in 1761 herbouwd nadat zijn voorganger, een wipmolen, de winter ervoor zwaar beschadigd raakte. De andere ondermolen, de Oude Molen uit 1722, kreeg in 1945 een asbreuk en werd nooit hersteld; in 1957 werd hij gesloopt. Onderdelen van deze molen zijn gebruikt in andere molens. Samen met de overige molens in het gebied vormen deze bouwwerken het huidige totaal van 19 molens die het iconische beeld van Kinderdijk bepalen en tot op de dag van vandaag een belangrijke rol spelen in het waterbeheer van het Werelderfgoed.
Komst van gemalen
Twee stoomgemalen werden gebouwd, een voor de Overwaard en een voor de Nederwaard, als aanvulling op de bestaande molens. Deze gemalen zorgden voor een efficiëntere waterafvoer en versterkten het waterbeheer in de regio Kinderdijk.
Modernisering van gemalen
Tussen 1924 en 1927 werden de stoomgemalen omgebouwd tot een elektrisch gemaal voor de Overwaard en een dieselgemaal voor de Nederwaard. Deze modernisering zorgde voor een betrouwbaarder en efficiënter waterbeheer in het gebied, waardoor de veiligheid en het landschap beter beschermd werden.
Molens overbodig?
In de geschiedenis van Kinderdijk spelen de historische molens nog steeds een werkende rol, maar sinds de komst van moderne gemalen is hun oorspronkelijke functie in het waterbeheer overbodig geworden. De molens van de Nederwaard zijn in 1927 buiten bedrijf gesteld en in de Tweede Wereldoorlog weer tijdelijk gebruikt. De molens van de Overwaard bleven in bedrijf tot de bouw van het Hulpgemaal in 1953.
Uitbreiding gemalen
In 1972 is het Van Haaftengemaal grotendeels afgebroken, een klein deel bleef behouden. Dit werd ingepast in het nieuw gebouwde J.U. Smitgemaal, een dieselgemaal met drie sterke motoren en vijzels.
Elshoutsluis
De sluis bij Kinderdijk, ook wel de Elshoutsluis genoemd, werd vernieuwd. Deze belangrijke waterkering speelt een cruciale rol in het reguleren van het water en het beschermen van het omliggende land tegen overstromingen.
Gemaal op de Overwaard
Het Wisboomgemaal werd buiten bedrijf gesteld en opgevolgd door het moderne G.N. Kokgemaal, dat tot op de dag van vandaag nog steeds in werking is.
UNESCO Werelderfgoed
In 1997 werd Kinderdijk officieel erkend als UNESCO Werelderfgoed. Deze toekenning onderstreept het wereldwijde belang van dit unieke gebied, waar eeuwenlang waterbeheer en landschap met elkaar verweven zijn.
Heden
Kinderdijk is uitgegroeid tot een van de bekendste toeristische trekpleisters van Nederland. Dankzij moderne technologieën en duurzame initiatieven wordt het erfgoed op innovatieve wijze beheerd en gepresenteerd. De molens functioneren nog steeds als back-up van het waterbeheersysteem, maar vooral hun historische en educatieve waarde staat nu centraal. Bovendien zijn veel molens tot op de dag van vandaag nog steeds bewoond, waardoor het levende karakter van het Werelderfgoed behouden blijft.