Als brandstof schaars is, gebruik je toch gewoon de wind?
In Kinderdijk is die vraag niet nieuw. Toen gemalen het werk van de watermolens steeds verder overnamen, groeide ook de afhankelijkheid van brandstof. En juist die brandstof werd tijdens de Tweede Wereldoorlog schaars.
Terugvallen op een eeuwenoude krachtbron
Eeuwenlang gebruiken de molens van Kinderdijk de wind om water uit de polders te verplaatsen. In de twintigste eeuw nemen gemalen steeds meer het werk over. Daarmee wordt het waterbeheer minder afhankelijk van het weer: ook op een windstille dag kan een gemaal water wegpompen. Tegelijk ontstaat een andere afhankelijkheid. Waar een watermolen voldoende wind nodig heeft om te kunnen werken, heeft een gemaal brandstof nodig om zijn motor te laten draaien.
De molens stoppen met malen
De overgang van molens naar gemalen begint al in 1868, wanneer bij de Nederwaard en Overwaard twee stoomgemalen komen als aanvulling op de bestaande molens. Tussen 1924 en 1927 maakt de stoomaandrijving plaats voor nieuwe techniek. De Overwaard krijgt een elektrisch gemaal en de Nederwaard een dieselgemaal. In 1927 stoppen de molens van de Nederwaard met hun oorspronkelijke werk en neemt het gemaal de bemaling volledig over.
Links de Overwaard en rechts de Nederwaard
De wieken gaan weer draaien
Tijdens de Tweede Wereldoorlog verandert de situatie. De molens van de Nederwaard, die sinds 1927 buiten bedrijf staan, worden tijdelijk opnieuw ingezet. Daarmee keert windkracht terug in het waterbeheer. Terwijl een dieselmotor brandstof nodig heeft, gebruiken de molens de wind om hun werk te doen. De wieken draaien en zetten het waterwerktuig in beweging. Een techniek die door de komst van gemalen steeds minder nodig lijkt, krijgt zo opnieuw een belangrijke functie.
De Overwaard blijft langer malen
Bij de Overwaard verloopt de overgang anders. Terwijl de molens van de Nederwaard al in 1927 buiten bedrijf gaan, blijven de molens van de Overwaard langer hun oorspronkelijke werk doen. Pas na de bouw van het Hulpgemaal in 1953 stopt hun rol in de bemaling. De overgang van windkracht naar gemalen vindt in Kinderdijk dus niet op één moment plaats. Molens en nieuwere technieken werken gedurende verschillende periodes naast elkaar om het water te verplaatsen.
Van diesel naar elektriciteit
De techniek blijft zich ontwikkelen. Het J.U. Smitgemaal krijgt in 1972 drie dieselmotoren met vijzels om water te verplaatsen. Tussen 2021 en 2023 krijgen twee van de drie vijzels elektrische aandrijving. De molens hebben tegenwoordig vooral een historische en educatieve functie, maar kunnen nog steeds malen en functioneren als back-up van het waterbeheersysteem.
Zo blijven oude en nieuwe technieken in Kinderdijk naast elkaar zichtbaar.
Energie blijft een belangrijke keuze
De manier waarop Kinderdijk water verplaatst, verandert door de eeuwen heen: van windkracht naar stoom, diesel en elektriciteit. Iedere stap maakt anders gebruik van de energie die op dat moment beschikbaar is. De omstandigheden van nu verschillen van die tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar de vraag blijft herkenbaar. Welke energiebron gebruik je om belangrijk werk te blijven doen?
Geschreven door
